Paper art: Abécédaire des métiers

Papierkunst van Anastassia Elias aka Chadou Yama. Klik op het plaatje, dan kom je op Anastassia’s Flickrpagina’s. Daar kun je enkele afzonderlijke letters bekijken, zoals de V van Vigneron (wijnboer), de W van Webmaster en de Z van Zoologiste, en nog meer werk van haar zien. Ik heb nog niet bij alle letters de naam van het beroep gevonden; ben niet zo sterk in Frans namelijk.

Abécédaire des métiers

By courtesy of Chadou Yama Creative Commons BY-NC-ND

The Tick Tack Tocking Of The Clocking On Her Stocking


Een opname uit 1902. Gecomponeerd en gezongen door revue-artiest Will. F. Denny (ca. 1860-1908). Gevonden op Internet Archive.
Ik heb de tekst van het liedje niet helemaal kunnen volgen, maar volgens mij gaat het laatste couplet over een inbreker die tijdens een insluiping dusdanig wordt afgeleid door de mooie borduursels op de kousen van een oude vrijgezelle dame, dat zij kans ziet haar gun te grijpen en hem te dreigen dat hij met haar moet trouwen. ‘t Is niet bepaald vrouwvriendelijk, heb ik de indruk. Maar toch: geweldig dat zulke oude opnamen online te vinden zijn.

(Kousen met klinken, 6)

Kousen met klinken (5)

Trouwe lezers van dit blog weten dat ik een tijd geleden belangstelling heb opgevat voor kousen met klinken. Wie nog niet weet wat dat zijn, verwijs ik naar o.a. dit blogbericht.

De afgelopen dagen ben ik twee keer kousen met klinken tegengekomen. Eén keer via het Rijksmuseumwidget (zie de linker zijkolom van dit blog). Twee dagen geleden was daar een 18e-eeuwse tekening te zien van een groepje mensen dat zwierig gekleed was naar de mode van die tijd. Toen ik doorklikte, kreeg ik de tekening niet alleen mooi in detail te zien – er werd ook doorverwezen naar een schilderij van Cornelis Troost (1697-1750) uit de museumcollectie. Dat was eveneens een groepsportret: tien regenten van het Aalmoezeniersweeshuis in Amsterdam zitten bepoederd en bepruikt in hun beste pak op een soort podium. Ze dragen zo te zien fluweel, brokaat, laken en zijde, met kant en veren, frivole sjaaltjes, glanzende kousen en glimmende schoenen met gespen. (Waarom is de mannenmode van tegenwoordig toch zo saai?) Rechts onder aan het podium staat een arme weesjongen afgebeeld, als illustratie van de functie die de fraai uitgedoste, hanige mannen bekleden. Kijk zelf maar eens. Mooie mannenbenen zie je niet elke dag (misschien zou ik wat vaker naar de Olympische schaatsers moeten kijken ;-) ). Ik klikte dan ook gauw op het plaatje van het schilderij om het te vergroten. En wat zag ik? Een kous met een klink!

Hierboven ziet u de benen klink uitvergroot. Zo te zien is-ie geborduurd met goud- of zilverdraad.
Het tweede paar kousen met klinken van deze week kwam ik tegen in Bulletin 1 (2010) van de vereniging met de onpraktische naam NVKKMS. Op blz. 5 van het bulletin staat een een grappig liedje uit eind 18e eeuw afgedrukt, de Klagten van incroijable Mietje, aan haar Moeder, over het dragen, van haar oude Mode Kleeren.
Het “incroijable” meisje Mietje weet precies wat ze moet dragen om “erbij te horen” en zeurt haar moeder de oren van het hoofd:


Moeder dat ‘k een paar schoenen had,
Met van die lange scherpe bekken,
Al de Jonkmans in de Stad,
En zouden met my niet gekken,
En een paar kousen naar den tryn,
Groen of blouw zo men ziet draagen,
Als ‘er maar schoon klinken in zyn,
‘k Zou na ‘t couleur dan nog niet vragen.

In het liedje komen nog allerlei andere trendy kledingstukken en accessoires aan bod. De volledige tekst van het liedje staat ook online, hier in de DBNL.

Quilts: 1700-2010

Het Victoria & Albert Museum in Londen is bezig een grote quilt-tentoonstelling voor te bereiden, Quilts: 1700-2010, te zien van 20 maart tot 4 juli 2010.

Hiernaast zie je een detail van een doorgestikte deken met applicaties, gemaakt door Anne West in 1820. De deken is een van de vele schatten die op de tentoonstelling te zien zullen zijn.

Vorig jaar al is het V & A Museum een weblog begonnen naar aanleiding van de tentoonstelling. Die geeft achtergrondinformatie bij quilts die tentoongesteld zullen worden en bij het plannen en inrichten van de expositie. Het blog bevat ook leuke persoonlijke notities van de tentoonstellingmakers.

In de museumwinkel zijn binnenkort katoenen stoffen te koop (ook online) die bedrukt zijn met historische dessins. De 18 ontwerpen zijn geproduceerd in samenwerking met Liberty Art Fabrics. Om de dessins te zien kun je hier klikken.

DBNL-website vernieuwd

De website van de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren ziet er vandaag opeens heel anders uit dan gisteren. Een stuk aantrekkelijker! Hopelijk is er ook handiger mee te werken dan met de oude.

Nog pas gisteren vond ik onderstaand fragment op de DBNL-site, in jrg. 43 van het tijdschrift Tirade. Het komt uit een artikel van Guus Middag, getiteld “Het Van Geel alfabet”, een alfabetische bespreking van elementen uit de poëzie van Chris J. van Geel. Bij de letter T schreef Guus Middag het volgende:

Tesselschade – Arbeid Adelt

In Van Geels bundel Het zinrijk staat dit titelloze gedicht

Tel de sterren op de koekbus,
koekbus die mijn lief liet staan,
Arbeid Adelt – Tesselschade,
naast kapsules levertraan.

Jarenlang heb ik me afgevraagd wat die derde regel te beduiden had, en wat de geheime bedoeling mocht zijn achter deze combinatie van de spreuk ‘Arbeid Adelt’ en de naam van Maria Tesselschade: socialisme en poëzie, hard werken en glasgraveerkunst, jaren dertig en zeventiende eeuw. En dat ook nog weer eens op een keukentafel (of in een keukenkastje of op een keukenplank), tussen een koekbus en kapsules.
Totdat ik in de loop van 1996 in de krant geattendeerd werd op het 125-jarig bestaan van een vereniging met die idiote combinatienaam, maar dan in omgekeerde volgorde: Tesselschade – Arbeid Adelt, kortweg ook wel taa. ‘Arbeid Adelt’ werd opgericht in 1871, ‘Tesselschade’ splitste zich een jaar later boos af, maar in 1953 kwamen ze weer samen. De vereniging telt thans 12.000 leden, verdeeld over 37 plaatselijke afdelingen. Zij beschikt over 8 (of 9) winkels, waar de produkten van ongeveer vijfhonderd anonieme thuiswerksters worden verkocht, voornamelijk borduur-, brei- en ander fijn handwerk.
Of de naam van de vereniging op de achtergebleven koekbus van Van Geels lief stond is dus nog wel even de vraag. In het maken en/of verfraaien van koekbussen is de vereniging bij mijn weten niet gespecialiseerd, maar het is altijd mogelijk dat een enkel lid zich er wel eens op heeft toegelegd. De naam zou ook op een verpakking, in een advertentie of anderszins hebben kunnen opduiken tussen koekbus en levertraan.
Intussen moet de figuur van Tesselschade Van Geel wel sympathiek zijn geweest, en ook haar naam, die zich metrisch keurig voegt naar het patroon van Arbeid Adelt – en ook naar de rest van het gedicht (allemaal trocheeën). Dat het hier om liefdesverdriet en gevoelens vanvan eenzaamheid en verlatenheid gaat, lijkt mij wel duidelijk. Het gedicht eindigt vast niet toevallig met het woord ‘traan’. Zij liet mij staan: dat gevoel wordt hier vervangen door de koekbus die zij liet staan. En vergat zij ook haar levertraancapsules? Of waren die nu juist van de dichter? En zag die nu, aldus, in zijn keuken-(kastje) het embleem van zijn verloren liefde? Zij en mij, bus en capsule, koek en levertraan, lekker en wrang, zoet en zuur?

De poëzierecensies in de NRC van Guus Middag lees ik altijd met plezier. Hij verrast me bijna altijd door zijn opmerkingsvermogen en hij schrijft heel toegankelijk. Maar wat de koekbus en de vereniging Tesselschade – Arbeid Adelt met elkaar te maken hebben, snapt hij evenmin als ik. Ik bezat ooit een beschuitbus met afbeeldingen van Hollandse motieven in kruissteek erop, maar die was van een beschuitfabriek, niet van Tesselschade. Wie weet heeft TAA ooit een koekblik met handwerkmotieven erop laten maken, ter gelegenheid van een jubileum of zoiets?

Op de oude website van de DBNL kon ik gisteren niet zo gauw vinden in welk nummer van Tirade het artikel van Middag was gepubliceerd, en ook niet in welk jaar. Op de nieuwe website heb ik die gegevens vandaag meteen gevonden: het was in nummer 379 van jrg. 43, verschenen in 1999.


Aanvulling 31 jan. 2010: In 1964 verscheen het Kookboek Tesselschade – Arbeid Adelt. Van Geels gedichten bundel Het zinrijk dateert van 1971. Misschien stond dat kookboek tussen de koekbus en de levertraancapsules in de keuken van Van Geel…

Losse mouwtjes, lekker warm


M’n armwarmers zijn klaar. Ik draag ze  binnen en buiten en ze zijn heerlijk warm.
De details:

  • Ik had 70 gram alpacawol nodig voor deze lekker lange mouwtjes, die tot over m’n ellebogen reiken.
  • Gebreid met naald nr 2.5. De aanwijzingen hieronder zijn voor rondbreien en gaan uit van 60 st.
  • Het gaatjespatroon is een boordpatroon van 1 av, 3 r; om de vijf toeren steeds een gaatje in de 3 rechte steken breien.
  • De ruche aan de polsen gaat zo:
    1e toer: i.p.v. de laatste toer met gaatjes 1 toer av. breien.
    2e toer: r., elke 3e st. 1 st. bijmaken.
    3e toer: av.
    4e toer: r., elke 4e st. 1 st. bijmaken.
    5e toer: av., elke 5e st. afh. met de draad achter je breiwerk
    6e toer: r., van elke 5 st. in de 3e st. 1 st. bijmaken en  elke 5e st.  afh. (draad achter, de bijgemaakte st. niet meetellen)
    7e toer: av., elke 6e st afh. (draad achter)
    8e toer: r. afhechten.

Eerder gemaakte pols/armwarmers: hier en hier.

Brijksmuseum

Nieuws voor brei(st)ers:

Kennen jullie het pas gestarte weblog Brijksmuseum al? Zo niet, ga dan maar gauw kijken.

NG-C-1995-12-15Je leest er over de breiende meisjes van de schilder Bernard Blommers, over de gebreide mutsen van walvisvaarders uit de nederzetting Smeerenburg bij Spitsbergen, en over een breimiddag op 6 februari a.s. in het Ateliergebouw vlak bij het Rijksmuseum in Amsterdam, waarop je één van de gevonden mutsen uit Smeerenburg (zie foto rechts) kunt nabreien.

Het Brijksmuseum lijkt een heel interessant weblog te worden!

Klik hier om een logje te lezen dat ik – een tijd geleden al -  over de mutsen uit Smeerenburg heb geschreven. En hier voor nog een breiend meisje van Bernard Blommers.

Topje, hemdje, truitje

“Breit in den Zomer uwe klêeren, zoo zal de Vorst u straks niet deeren.” Deze oude wijsheid omdraaiend en ruim interpreterend begon ik afgelopen herfst al aan een topje (raar nieuw woord voor hemdje) voor de volgende zomer, want ik ben niet zo’n snelbreier. Het ging echter sneller dan ik verwachtte en daarom kan ik dit katoenen gevalletje nu in januari al dragen. Wel onder een warm jasje of vest, dat spreekt, want het is nog lang geen zomer.

paarskatoenMateriaal: donkerpaarse organische katoen (Rosários4, For Nature)

Patroon: Broken Rib Tank van Kristen Tendyke op Ravelry. Ik heb het patroon vrij ingrijpend aangepast door korte mouwtjes aan te breien  en de hals wat minder ruim te maken (want al dat bloot, nee jakkes). Daarmee werd het topje een truitje. En: het zit fijn.


Letterlapjes (vervolg)

- for English translation: scroll down –

Mijn nichtje P., twee dagen ouder dan ik, is in Canada geboren en getogen. Haar moeder Marie was een oudere zus van mijn moeder. Marie emigreerde in 1946 naar Canada en trouwde daar. P. en ik hebben in onze tienerjaren met elkaar gecorrespondeerd en we hebben elkaar driemaal in levenden lijve ontmoet, de laatste keer alweer meer dan vijftien jaar geleden. P. woont nu al jaren in de VS.
Via internet hebben P. en ik weer contact gekregen. We “spreken” elkaar op Facebook en we mailen. Naar aanleiding van mijn logjes over de schoollapjes van mijn moeder (hier en hier) stuurde P. me een paar foto’s. Haar moeder, mijn tante, was in haar vrije tijd altijd aan het handwerken, schreef ze. Haar handen rustten nooit. P. heeft veel van haar moeders handwerken bewaard, waaronder ook de onderstaande letterlapjes, het linker uit 1925 en het rechter van enkele jaren daarvoor:

photohandw1photo2

Zijn ze niet mooi? Ik vind het een roerende gedachte dat P. en ik allebei aan onze kant van de oceaan deze jeugdwerkjes van onze moeders bewaren en ingelijst aan de wand hebben hangen. Heel waarschijnlijk hadden de zusjes, onze moeders, dezelfde handwerkonderwijzeres.

photo5Hierbij nog twee foto’s die P. me stuurde, van borduursels die mijn tante later in Canada heeft gemaakt.

photo4

My cousin P., two days older than I am, was born and raised in Canada. Her mother Marie was an elder sister of my mother’s. In 1946 Marie emigrated to Canada.

In our teenage years P. and I were penfriends. Three times we have met in person, the last time more than fifteen years ago. P. lives in the U.S. since many years.
Via internet P. and I recently reconnected. We “talk” to each other on Facebook and we change e-mails. Occasionally she visits my blog, and in reply to the posts on the school samplers of my mother’s (here and here) she sent me a few photos. Her mother, my aunt, used to be a fervent needleworker, she wrote. Her hands were always busy. P. saved a lot of her mother’s crafted pieces, including two samplers that her mother made as a child (see pics). The one on the left is from 1925, the other one from some years earlier.
Aren’t they beautiful? It’s a moving thought, I think, that both P. and I, on either side of the ocean, are cherishing these samplers that our mothers made when they were young girls – presumably they had the same teacher.

P. also sent me photos of two other lovely embroideries that my aunt made later, in Canada.


Twee lijstjes. En nog een.

letterlapjes-ingelijst1
Laat ik het nieuwe blogjaar beginnen met een foto van de letterlapjes uit een vorig logje, nu ingelijst. Ze hangen mooi aan een muur in een bovengang van ons huis.

Dan de foto hieronder. Die laat zien welke boeken ik in januari wil (uit-)lezen. Eens kijken of dat lukt! Het zijn:

Div.jan2009

Alexander McCall Smith: The world according to Bertie. Mooie titel, niet :-D ? Een kerstcadeautje van een oud-collega.

F.B. Hotz: Eb en vloed. Een verhalenbundel, gekregen van een vriend.

Marghanita Laski: George Eliot and her world. Een cadeautje van mijn lief, gevonden in een antiquariaat. Veel illustraties.

Agneta Pleijel: Syster och bror. Zweedse historische roman.

Belcampo: De ideale dahlia. Verhalen, gekregen van een vriend.

Simon Vestdijk, Keerpunten. Bloemlezing novellen. Een bookcrossing-boek dat na lezing op reis gaat.

Archief

Subscribe to posts

  by     or  

Net uitgelezen:





‘n Paar tientjes over?