
Vignet op de titelpagina van de encyclopedie, met in de banier de tekst: TENUI FILO MAGNUM TEXITUR OPUS - "uit een dun draadje wordt een groot product geweven", het motto van de firma DMC.
Mijn goede vriend H. maakte me attent op de Encyclopedia of Needlework van Thérèse de Dillmont, digitaal beschikbaar op de website van het Gutenberg Project. Ik wist vaag dat iemand met de naam Dillmont iets met DMC te maken had gehad, de beroemde borduurgarens dus. Nu wilde ik eens uitzoeken hoe dat precies zat.
Over het leven van Thérèse de Dillmont (1846-1890) kon ik online niet zo gek veel vinden, een korte samenvatting staat hier, een langer artikel in pdf vind je hier. Maar haar werk kom je op internet des te vaker tegen. Je kunt wel zeggen dat haar leven vooral in haar werk terug te vinden is. De patronenboeken en handleidingen die ze heeft geschreven zijn in talloze versies verschenen en sommige uitgaven worden nog steeds herdrukt. De encyclopedie die nu op Gutenberg staat, verscheen oorspronkelijk in 1886 in een Franse en een Duitse editie. Vervolgens werd het werk in zo’n vijftien talen vertaald; binnen 25 jaar waren er wereldwijd 750.000 exemplaren van verkocht.
Thérèse de Dillmont werkte een tijdlang in een eigen atelier in Dornach in de Elzas. Vanaf 1884 was ze verbonden aan de beroemde fabriek van borduurgarens Dollfus-Mieg & Cie (DMC) in Mülhausen (Mulhouse). De publicaties van de firma DMC vermeldden allemaal haar naam, en in grote Europese steden als Parijs, Berlijn, Londen en Wenen werden onder haar naam winkels geopend.
Thérèse de Dillmonts encyclopedie is een ware schatkamer. Allerlei handwerktechnieken worden erin behandeld: naaien, breien, borduren, naaldkant, stoppen enzovoort, met meestal duidelijke afbeeldingen, zoals die van twee simpele decoratieve zoompjes hieronder:

rolzoom

sierzoom
Mw. De Dillmont gaf ook aanwijzingen voor de lichaamshouding, bijvoorbeeld in het hoofdstuk Plain Sewing:
“Alvorens verschillende soorten steken te behandelen, dient er een woordje te worden gesproken over de positie van lichaam en handen tijdens het werken. Langdurige ervaring heeft me ervan overtuigd dat geen enkel naaldwerk een gebogen of verkrampte houding noodzakelijk maakt. U moet ervoor zorgen dat uw stoel en tafel wat hoogte betreft bij elkaar passen, en dat u uw werk zo vasthoudt dat u uw hoofd nauwelijks hoeft te buigen. Het op schoot vastmaken van het werk is een praktijk die niet alleen ongracieus is, maar ook schadelijk voor de gezondheid.”
Al surfend op het net kwam ik nog een andere digitale versie tegen van Thérèse de Dillmonts encyclopedie, en op die website stonden links naar andere oude boeken op handwerkgebied. Al die prachtwerken op een rij:
Th. de Dillmont, Encyclopedia of Needlework
—
Isabella Beeton, Beeton’s Book of Needlework (1870)
—
—
Cornelia Mee, Exercises in Knitting (1846). Dit werk kende ik al van de leuke KnitWiki, opgezet door een groep Librivox-vrijwilligers, die de ouderwetse breipatronen uit dit boek nabreien en er een moderne beschrijving bij maken.
—
L. Higgin, Handbook of Embroidery (1880)
—
Vervolg De encyclopedie van Thérèse de Dillmont
Marie D. Webster, Quilts: their story and how to make them (1916)
——


Fijn, ik had nog een boekenbon! Bijgaande foto’s zijn afkomstig uit Het Streekdrachtenboek, een nieuwe uitgave van Het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem en Waanders Uitgevers, Zwolle (€ 14,95). Een fijn kijkboek van ruim 400 blz. met foto’s – ook van details – op iedere pagina. Wat waren de streekdrachten toch kleurig! En verschillend! En onderhevig aan mode en veranderingen! En wat werd er veel gevouwen, geplooid, vermaakt en versteld! Ook meer recente ontwikkelingen krijgen aandacht in dit boek. En tot mijn vreugde staan er ook wat breiwerken in afgebeeld: visserstruien, polsmofjes, mutsen. En kousen!
Polsmofjes
Maaierse kousen, Marken, ca. 1900
Urker kousen, ca 1900
Mijn







Recente reacties