Magische bol anno 1921

Zoo mijmerend staat het kleine meisje in de voorjaarszon (…) Hier heeft ze zich verborgen om…. neen, niet om te soezen over wat weten is en wat vergeten is, maar om met woesten vlijt te breien, dat haar kluw nu eens eindelijk wat kleiner wordt! Dat was daar een ruk aan den draad dat het kluw zeker op den grond zou zijn gesprongen, zat het ergens anders dan in haar opgebonden boezelaar geborgen…. Hoe jammer nu toch, dat gedroom, zeker vijf minuten van haar vrij half-uur voorbij. En o, die harde knol van een stijfgewonden kluw … neen, nu niet weer kijken en knijpen, vanzelf kleiner kan hij immers toch niet worden. Hè, wat voelen haar handen nu alweer gloeierig door die rasperige sajetten draad en als het wat langer duurt, dan kruipt er steêvast zoo’n vervelende pijn in haar schouders en nek. Zou ze nu toch niet nog eens even heel hard knijpen? Misschien voelt ze een randje….! Het breiwerk toegevouwen tusschen arm en lijf gekneld, de hand in het stijfgebonden schort, het kluw eruit – maar voorzichtig om wat daar zit in den anderen hoek! – nu knijpen, zoo hard ze kan erin knijpen. Niets nog…. niets te voelen van wat er diep binnen-in, omwikkeld zit als een pitje in een vrucht, een zilveren pitje -, een dubbeltje! Moeder wond het het er binnen-in en als de kluw is opgebreid, dan mag zij het hebben, heelemaal, met het heele dubbeltje mag ze doen wat ze wil – en ze weet al wàt! – en dan houdt ze met de kous, heeft moeder uitgerekend, meteen al bijna tot den mindervoet!

Ze kijkt naar de ruigen zwarten bal in haar hand: daar zit het blinkende pitje diep in, en ze wou wel haast, ze wist het maar niet…. want als ze het dan onverwacht zag te voorschijn komen, dat zou toch wat wezen…. Eerst zou er tusschen de draden een heel klein puntje blikken…. dan breien, breien om daarbij te komen – want, wat kan het toch wel zijn?! – en dan eindelijk…. nee maar, wat komt daar? Een dubbeltje! Een dubbeltje, voor mij moeder? Ja, voor haar! Dat zou de heerlijke verrassing zijn…. maar zou-ze wel ooit, als ze niet wist dat daar het dubbeltje stak, met de kous tot aan den mindervoet komen? En kan ze nu niet toch nog doen alsof ze het niet weet?

Fragment uit: Het huisje aan de sloot, door Carry van Bruggen (1e dr. 1921). Een prachtig autobiografisch boekje, dat hier, op de website van de DGBN (Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren) in zijn geheel te lezen is. Dit fragment komt uit het hoofdstuk ‘Bloemen maken’. Een hartroerend mooie beschrijving van een handwerkles op school vind je in het hoofdstuk ‘Het leege garenkaartje’.

magischebolDeze foto van een magische bol anno 2006 vond ik hier bij Whipup.
En in deze en deze logs las ik al eens leuke berichten over magische bollen in Nederland vroeger.

Verwante blogposts:

Geef een reactie - Leave a comment

 

 

 

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Archief

Subscribe to posts

  by     or  

Boeken – net uit:





‘n Paar tientjes over?