Schrijvers

“Voorlezing uit Goethes Werther”

Wilhelm Amberg (1822-1899), Vorlesung aus Goethes Werther

-o-o-o-o-o-

Hierbij een paar citaten uit Het ernstige spel van Hjalmar Söderberg. Oorspr. Zweedse uitgave 1912, de Nederlandse vertaling verscheen in 2003. Zie ook mijn blogbericht van gisteren.

[Aan het woord is hoofdpersoon Arvid:]

“… Ik heb me nogal in de aard en het wezen van de schrijver verdiept, en ik ben tot de slotsom gekomen dat er in de literatuurgeschiedenis van de hele wereld nauwelijks één voorbeeld te vinden is van een schrijver – een echte, belangrijke schrijver – die zelfmoord heeft gepleegd vanwege een ongelukkige liefde. Schrijvers hebben andere mogelijkheden tot hun beschikking. Ze hebben het vermogen om hun lijden uit te drukken in een gedichtencyclus, een roman of een toneelstuk. Neem nu het geval-Werther. Toen Goethe in zijn jonge jaren een keer in liefdesperikelen verwikkeld was, schreef hij een roman die eindigde met de zelfmoord van de held. Die roman schijnt indertijd een heuse kleine zelfmoordepidemie te hebben veroorzaakt, maar helaas niet onder schrijvers! Ik weet niet wat Goethe zaliger er in die tijd zelf van vond. Waarschijnlijk voelde hij een sterke triomf over het feit dat hij in één klap zoveel mensen die toch niet voor het leven deugden uit de wereld had geholpen! Maar hijzelf leefde rustig door, hij kwam aan het hof en hij werd minister en verschrikkelijk oud en hij had een zalig en fatsoenlijk einde. …”

“Schrijvers,” vervolgde hij, “zijn een speciaal slag mensen, en ik raad je aan op te passen voor die lui! Ze zijn een sterk slag mensen, ook al kiezen ze vaak zwakheid als vermomming. Een schrijver blijft overeind na een klap waar een gewoon mens dood aan zou gaan. Hij voelt de pijn wel maar heeft er geen noemenswaardige last van, integendeel: hij zet zijn pijn om in een literair werk, hij maakt er gebruik van! Kijk maar naar Strindberg. Niet de dingen die hij heeft beleefd zijn de oorzaak van al het zieke, vreselijke en verwarde in zijn werk. Nee, het zieke, vreselijke en verwarde in zijn eigen aard, dát is er de oorzaak van dat hij al die dingen moet ondervinden en meemaken. Maar welk gewoon mens – wie anders dan een groot schrijver – zou er heelhuids vanaf komen als hij al die dingen heeft doorstaan die Strindberg heeft doorstaan! Niet alleen heelhuids, nee, gesterkt! Alle pijn die hij heeft geleden is bruikbaar voor hem geweest – als materiaal, als voedsel, als geneesmiddel! Hij is er bijna door genezen! Ik heb hem onlangs nog zien lopen toen ik op weg was naar de krant. En ik kan me niet herinneren dat ik ooit een man van net zestig heb gezien die er zo sterk en vrolijk uitzag als hij.”

Uit Het ernstige spel, blz. 192-193.

August Strindberg (1849-1912)

Op een ochtend in maart

Vandaag op de kalender van EnToen.Nu – De canon van Nederland:
3 maart 1945: De Britten bombarderen per ongeluk de Haagse woonwijk Bezuidenhout.

Over dat bombardement heb ik zojuist gelezen in het verhaal “Thomas en de cycloop” in de bundel Eb en vloed (1987), door F.B. Hotz:

[...] Op een ochtend in maart met vage voorjaarszon zaten de twee heren aan de ontbijttafel met surrogaatkoffie en een redelijk stukje brood van de zwarte markt. Ze kletsten over handelen en ruilen. Het was niet ongezellig en de oorlog leek gereduceerd tot een pikant gezelschapsspel waarmee voor intelligente lieden te rommelen viel. Maar Mars wierp die maskerade af. Dat de heren zo veel gruwelen geen plaats boden op netvlies of in hersencel was misschien ook té evenwichtig. Ze werden wakker geschud.
Een donderende slag, na wat geronk in de lucht, deed hun maag krimpen en de deur rammelen. Bij veeltonig gegier volgden nieuwe dreunen waarvan de zware meubels opsprongen. ‘Dat is niet veraf,’ riep Thomas en hij rende naar boven om op de logeerkamer uit het grote raam te kijken. Zijn vriend volgde spierwit.
Het was de ochtend van de derde maart en formaties Engelse vliegtuigen begonnen hun bommen boven het Bezuidenhout los te laten. Bij luchtstoten die het huis deden golven verdween een stadswijk in wat op een zonsverduistering leek. Thomas keek kalm van verbijstering toe door het raam dat een panorama op de ramp bood. Een vliegtuig leek recht op hem af te komen en hij dook snel weg van de trillende ruit. Toch zag hij nog juist de spits van het kerktorentje aan de Schenkkade tot een kleine wolk vervliegen, als was het een kerstartikel van geblazen glas. Bommen vielen nu als regen, en een grauwe menigte kwam met de snbelheid van een oliestroom de volle breedte van de Laan van Nieuw Oostindië vullen. Men rende blind het viaduct binnen. Een oude man stuwde een handkar met rukken vooruit. Voor de inhoud daarvan wendde Thomas de blik af.
Hij zag dat hij alleen was en liep de trap af. De Bree stond grauw in de gang. Thomas werd kwaad en schreeuwde boven het lawaai uit: ‘Ja ik blijf hier niet staan tot ik afgeslacht word. Neem me niet kwalijk, het komt mij te dicht bij.’ Hij verliet De Bree’s huis.
Hij was de enige buiten, hier achter de spoordijk, en hij koos een vreemde omweg naar huis. Het bombardement hield op en het werd doodstil. Thomas hoestte; gele rook kwam tussen huizen zonder ruiten te voorschijn. Zijn eigen straat was in takt en zijn huis stond er nog. De wijk achter zijn tuin brandde of was verdwenen. Thomas voelde zich vaag misselijk, als een kind dat een straatongeluk gezien heeft.
Maar twee dagen later zat hij alweer onderuitgezakt in een rookstoel bij zijn vriend. De heren klonken met een allerlaatste fles witte wijn op een Amerikaanse overwinning in Limburg. Venlo was bevrijd. Ze bekeken de commentaren in de krant op het Haagse bombardement. Er waren honderden doden.
[...]

Ook de andere verhalen in dit boek van Hotz vind ik erg goed.

Volwassen worden volgens Julian Barnes

Toen ik een jongen was, leek het onmogelijk ooit het stadium van volwassenheid te betreden — volwassen-zijn was een mengsel van onbereikbare competenties en niet bepaald benijdenswaardige angsten (pensioenen, kunstgebitten, pedicures); en toch brak dat stadium aan, al gaf het van binnen een ander gevoel dan het van buitenaf leek. Een prestatie was het blijkbaar ook al niet om volwassen te zijn. Het voelde eerder aan als een samenzwering: ik doe net alsof jij volwassen bent, maar dan moet jij net doen alsof ik het ben.

When I was a boy, adulthood seemed an inaccessible condition – a mixture of unattainable competences and unenviable anxieties (pensions, dentures, chiropodists); and yet it arrived, though it did not feel from within how it looked from without. Nor did it seem like an achievement. Rather, it felt like a conspiracy: I’ll pretend that you’re grown up if you pretend that I am.

(Julian Barnes: Nothing to Be Frightened Of. 2008. Blz. 186. Het eerste hoofdstuk van dit boek is online te lezen op de New York Times website.)

Domme kat

W.F. Hermans (1921-1995) hield veel van katten. In heel wat teksten van zijn hand probeerde hij het gedrag en de aard van deze dieren te beschrijven en te begrijpen. Dat laatste lukte hem niet. Katten blijven onbegrijpelijke dieren die altijd iets anders doen dan je verwacht of probeert uit te lokken. Radeloos van onbegrip schrijft Hermans:

Waarom ben jij bij mij, raadsel? Waarom houd ik van jou? Waarom wil ik je in mijn armen nemen als een pasgeboren zuigeling — maar die zuigeling blijft niet lang zo dom als jij je hele leven blijven zal…
Want katten zijn, het hoge woord moet er nu maar uit, waarschijnlijk oliedom, wat onze liefde niet verklaren kan.

Om in de volgende alinea die bewering alweer terug te nemen:

Als katten echt dom waren, dan zouden zij er toch niet in slagen levenslang de illusie te wekken dat zij bij ons een geheime maar welbepaalde zending hebben te vervullen?

HermansIn De geur van een pasgestoomde deken (De Bezige Bij 2009) zijn allerhande poezenstukken van Hermans bijeengebracht, met een inleiding door Willem Otterspeer. Verhaaltjes, een interview, teksten op ansichtkaarten die Hermans naar De Poezenkrant stuurde, foto’s van de schrijver en zijn poezen, en ten slotte het lange essay over de liefde tussen mens en kat dat in 1985 al eens werd gepubliceerd door De Bijenkorf.
De geur van een pasgestoomde deken is leuk om te lezen en mooi uitgegeven. Vanaf het stofomslag kijkt Hermans ons aan met een blik, even ondoorgrondelijk als die van de poes die hij op zijn arm heeft.

Van een van onze katten hebben wij wel eens gekscherend beweerd dat hij een negatief IQ had. Dit dier is onlangs ernstig ziek geweest (hij is gelukkig weer aan de beterende hand). Toen hij ziek was kreeg ik toch een andere kijk op hem. Hij droeg zijn ziekte bepaald met waardigheid. Hij schikte zich zonder morren in zijn beperkingen, klaagde niet, probeerde geen medelijden te wekken terwijl hij dat toch heus verdiende. Je kunt iemand, ook een dier, niet tegelijkertijd oliedom en waardig vinden, merkte ik.

Wat zien dieren, wat denken ze? Wat vinden ze van ons? We weten het niet. Ons onvermogen om dieren te doorgronden is mooi verwoord in het volgende citaat van natuurkenner en schrijver Henry Beston (1888-1968):

The animal shall not be measured by man. In a world older and more complete than ours, they move finished and complete, gifted with extension of the senses we have lost or never attained, living by voices we shall never hear. They are not brethren; they are not underlings; they are other nations, caught with ourselves in the net of life and time, fellow prisoners of the splendor and travail of the earth.

Eieren verzenden

“Op het gebied van vertalen hoort men de tegenstrijdigste dingen. Eenerzijds heet het, dat vertalen eigenlijk een onmogelijk en onbegonnen werk is, anderzijds denkt Jan en alleman het te kunnen. Dat is nu net alsof men zeide: Eieren zijn te broos om te verzenden, en gaf ze daarna in een gonjezak(*) aan den vrachtrijder mee. De zaak is, dat eieren uitstekend kunnen worden verzonden, maar niet in gonjezakken, en dat alles kan worden vertaald, voor zoover het kan worden gelezen, maar niet door Jan en alleman.”

Uit Hedendaagsch fetischisme (1925) door Carry van Bruggen.

(*)gonje: uit hennep geweven grove stof; synoniem: jute. (noot van Kophieps)

Vervolg Eieren verzenden

Vragen en voornaamwoorden

I keep six honest serving-men
(They taught me all I knew);
Their names are What and Why and When
And How and Where and Who.
I send them over land and sea,
I send them east and west;
But after they have worked for me,
I give them all a rest.

I let them rest from nine till five,
For I am busy then,
As well as breakfast, lunch, and tea,
For they are hungry men.
But different folk have different views;
I know a person small -
She keeps ten million serving-men,
Who get no rest at all!

She sends’em abroad on her own affairs,
From the second she opens her eyes-
One million Hows, two million Wheres,
And seven million Whys!

kiplingelephant_2Dit gedicht hoort bij het korte verhaal The Elephant’s Child (1902) door Rudyard Kipling. De boodschap is duidelijk van toepassing op Kophieps, die net als het kleine olifantje uit het verhaal last heeft van ‘satiable curtiosities, vooral bij het surfen over het world wide web, wat zij zo graag doet…

Vervolg Vragen en voornaamwoorden

Rare wereld

‘Maaltijden in zorginstellingen werden de laatste jaren steeds meer sluitpost op de begroting. Mariëtte Vorwerk, Voedingsmanager bij Savant Culinair in Eindhoven: “Helaas geldt in zorgland de regel dat de zorgmanager naarmate hij minder uitgeeft, meer betaald krijgt.” Dat staat haaks op de aanbeveling om meer aandacht aan maaltijden te besteden. Uit verschillende onderzoeken blijkt namelijk dat een goed smakende en aantrekkelijk gepresenteerde maaltijd een zeer effectief middel is tegen ondervoeding in instellingen.’

Uit: Bio Update, een periodieke uitgave van Biologica, de ketenorganisatie voor biologische landbouw en voeding. Herfst 2008, nr. 66 (n.a.v. een project in zorginstellingen genaamd “De Mooie Maaltijd”, in de Week van de Smaak 22-28 september)

Zie ook hier.

Herfsthemel

Deze week kwam ik in Margaret Drabble’s Realms of gold een prachtige alinea tegen. In een buitenwijk stapt een jonge, nogal ongelukkige vrouw haar achtertuin in om theebladeren weg te gooien en plotseling…

“As she straightened herself up, she caught sight of the huge sky, which was an amazing colour, dark blue, with a foreground of dark pink and purple clouds, light but regular clouds, a whole heaven of them, spread like flowing hair or weed over the growing darkness. It arrested her. She stood there, and stared upwards. It was beautiful, beyond anything. The two colours were charged and heavy, and against them stood the black boughs of the tree at the end of the small garden, where black leaves, left desolate, struggled to fall in their death throes. The day before she had watched from the bedroom window a single leaf on that tree, twisting and turning and tugging at its stalk, in a frenzy of death, rattling dry with death, pulling for its final release. So must the soul leave the body, when its time comes. The amazing splendour of the shapes and colours held her there, the tea pot in her hand. I will lift up mine eyes, she thought to herself. I should lift them up more often.”

straatje1oct2008Ja, soms maakt het kijken naar de lucht je vreemd gelukkig. Hierbij een foto die ik een paar weken geleden in mijn woonplaats maakte, van een herfsthemel die een sterke indruk op me maakte.

Drie dingen

Drie dingen

“Om te schrijven heb je eigenlijk alleen maar tijd en talent nodig. En een echt goeie stoel.”
(Peter Englund, Zweeds historicus en schrijver)

Vervolg Drie dingen

Kiezen

mae2west1933“Wanneer ik moet kiezen tussen twee kwaden, kies ik altijd datgene wat ik nog nooit eerder heb geprobeerd.” (Mae West)

Archief

Subscribe to posts

  by     or  

Boeken — Bezig in:



Pas uitgelezen:





‘n Paar tientjes over?