Zondaggevoel, 2

Broers

Broers, ca. 1975

Wat zijn ze hier toch aan het doen, die broers van mij? Ik gis: plantjes determineren met behulp van een flora.

Letterlapjes (vervolg)

- for English translation: scroll down –

Mijn nichtje P., twee dagen ouder dan ik, is in Canada geboren en getogen. Haar moeder Marie was een oudere zus van mijn moeder. Marie emigreerde in 1946 naar Canada en trouwde daar. P. en ik hebben in onze tienerjaren met elkaar gecorrespondeerd en we hebben elkaar driemaal in levenden lijve ontmoet, de laatste keer alweer meer dan vijftien jaar geleden. P. woont nu al jaren in de VS.
Via internet hebben P. en ik weer contact gekregen. We “spreken” elkaar op Facebook en we mailen. Naar aanleiding van mijn logjes over de schoollapjes van mijn moeder (hier en hier) stuurde P. me een paar foto’s. Haar moeder, mijn tante, was in haar vrije tijd altijd aan het handwerken, schreef ze. Haar handen rustten nooit. P. heeft veel van haar moeders handwerken bewaard, waaronder ook de onderstaande letterlapjes, het linker uit 1925 en het rechter van enkele jaren daarvoor:

photohandw1photo2

Zijn ze niet mooi? Ik vind het een roerende gedachte dat P. en ik allebei aan onze kant van de oceaan deze jeugdwerkjes van onze moeders bewaren en ingelijst aan de wand hebben hangen. Heel waarschijnlijk hadden de zusjes, onze moeders, dezelfde handwerkonderwijzeres.

photo5Hierbij nog twee foto’s die P. me stuurde, van borduursels die mijn tante later in Canada heeft gemaakt.

photo4

My cousin P., two days older than I am, was born and raised in Canada. Her mother Marie was an elder sister of my mother’s. In 1946 Marie emigrated to Canada.

In our teenage years P. and I were penfriends. Three times we have met in person, the last time more than fifteen years ago. P. lives in the U.S. since many years.
Via internet P. and I recently reconnected. We “talk” to each other on Facebook and we change e-mails. Occasionally she visits my blog, and in reply to the posts on the school samplers of my mother’s (here and here) she sent me a few photos. Her mother, my aunt, used to be a fervent needleworker, she wrote. Her hands were always busy. P. saved a lot of her mother’s crafted pieces, including two samplers that her mother made as a child (see pics). The one on the left is from 1925, the other one from some years earlier.
Aren’t they beautiful? It’s a moving thought, I think, that both P. and I, on either side of the ocean, are cherishing these samplers that our mothers made when they were young girls – presumably they had the same teacher.

P. also sent me photos of two other lovely embroideries that my aunt made later, in Canada.


Letterlapjes

letterlapjes

Bovenstaande merklappen heeft mijn moeder gemaakt, de linker toen ze tien was, de andere een of twee jaar later. Ik heb ze onlangs gekregen van m’n oudste broer, die nog wat dozen met spullen uit de inboedel van mijn ouders in bewaring heeft. Op allebei de lapjes staat een reeks letters in een ongewone volgorde:
I H N M J L T F E P B R K D A V W X Y Z U C G O Q S
Over die volgorde heb ik een tijdje moeten peinzen. Maar ik denk dat ik het weet: eerst de gemakkelijkste letters, die allemaal op het patroontje van de I zijn gebaseerd. Daarna de letters met als basiskenmerk een schuine streep. En tot slot de letters met een ronding als uitgangspunt.
Wat zeggen de deskundigen hiervan? Marcella, Marianne M., of anderen die dit logje misschien lezen? Jullie weten het vast. En anders staat het misschien in een van jullie boeken over merklappen.

Mijn moeder heette Adriana, maar werd als kind Jaantje genoemd. Vandaar de verschillende initiaal van de voornaam.
Ik ben blij met deze tastbare herinneringen aan haar. Zij vond de lapjes zelf blijkbaar ook zo leuk dat ze ze altijd heeft bewaard. Ze heeft mij ook op zo’n lapje leren borduren. Ik heb haar letterlapjes voorzichtig gewassen, maar ze zijn wat bruinig en vlekkerig gebleven. Dat geeft niet. En nu? Wat is de beste manier om ze te bewaren? Inlijsten en ophangen? Of tussen vloeipapier in een la?

Vervolg Letterlapjes

Familie

Twee boeken die ik de afgelopen tijd heb gelezen, hadden een onderwerp met elkaar gemeen: familierelaties. Wat is het toch dat verhoudingen tussen mensen uit één gezin zo speciaal maakt? Het gezin waarin je opgroeit, is je vertrouwd. Je groeit op, al dan niet met broers/zussen, bij je ouders. Met die mensen deel je je leven, vanaf de eerste dag van je bestaan. Het is zo vanzelfsprekend, en het lijkt alsof je ze van haver tot gort kent, en zij jou. Maar… Die vanzelfsprekende vertrouwdheid tussen gezinsleden kan veranderen. Ken je je ouders eigenlijk wel, of je broer of je zus? Wat houden ze voor jou verborgen? En wat weten zij van jou, van wat je denkt, van hoe je je vanbinnen voelt? Wat wil je dat zij van jou weten? De vertrouwdheid aan de ene kant, de vervreemding en beklemming aan de andere. De beklemming die het kan geven als gezinsleden zich met je bemoeien – of dat juist niet doen. De angst om achtergelaten te worden, de drang om weg te gaan en de anderen achter te laten. De vrees om te kwetsen, het schuldgevoel over gedane of ongedane zaken. Het is ingewikkeld.
Per Pettersson en Jhumpa Lahiri, de auteurs van de boeken die ik net heb gelezen, hebben er allebei fascinerend over geschreven.

paardenstelenIn Paarden stelen van Per Pettersson gaat een oude man terug naar de omgeving waar hij als jongen met zijn vader een zomer heeft doorgebracht, ver van de stad, tussen bossen en rivieren in een dunbevolkte uithoek van Noorwegen. Die zomer was een fijne tijd van kameraadschap, maar in de terugblik van de man wordt duidelijk dat er ook verraad is gepleegd met verstrekkende gevolgen. Een prachtige roman.

vreemdlandJhumpa Lahiri‘s Vreemd land bevat acht verhalen, waarvan de laatste drie bij elkaar horen. De verhalen gaan allemaal over Indiase migrantengezinnen in de VS. In zorgvuldig gekozen, bij vlagen ontroerende woorden onderzoekt Lahiri hoe de gezinsrelaties zich ontwikkelen en wat er zich in het innerlijk van de mensen afspeelt. Ik verwachtte verhalen met een duidelijk exotisch tintje, maar vond verrassend genoeg het tegendeel. De ervaringen en gedachten van Lahiri’s fictieve personen waren – dankzij Lahiri’s inzichten en de manier waarop ze die onder woorden brengt – juist heel begrijpelijk, invoelbaar en herkenbaar.Allebei zmb’s (zmb=zeer mooi boek).

Per Pettersson: Paarden stelen (Ut og stjaele hester). Vertaald uit het Noors door Marianne Molenaar. De Geus, 2006.
Jhumpa Lahiri: Vreemd land (Unaccustomed Earth). Vertaald uit het Engels door Kees Kooman. Meulenhoff, 2008.

Vervolg Familie

Waar ik ook kijk deze dagen...

…overal om me heen zie ik familieleden zwoegen op papers, presentaties, artikelen, discussiestukken en scripties…

writersblock

Geschiedenislinks

De Week van de Geschiedenis is aangebroken. Tijd voor een paar bijzondere links.


Juffrouw Jo heeft een fantastische verzameling foto’s van en over het dagelijks leven in Nederland in (vooral) de jaren ’20-’50 van de twintigste eeuw.

Bij Shorpy staat een collectie foto’s gemaakt naar oude (glas-)negatieven, de meeste uit Amerika. Veel oude straatbeelden, auto’s, fabrieken, winkels en dergelijke, en indrukwekkend werk van bijvoorbeeld Lewis Wickes Hines (1874-1940), die veel kinderarbeiders heeft geportretteerd.

Natuurlijk de schitterende website Het Geheugen van Nederland.

En vergeet ook de veelzijdige Geschiedenis-website van de VPRO niet.

***Hieronder voor de gelegenheid een bijzonder plaatje uit het foto-archief van mijn familie. Mijn grootmoeder van moeders kant staat erop (staand, vierde van rechts). En twee van mijn oudooms en een oudtante. Genomen in het bollenpelseizoen, ca. 1900, waarschijnlijk door een rondreizend fotograaf.

fam1_2


Herinneringen aan Saam

saamDit is mijn opa, Saam heette hij (Samuel). Geboren in 1886 als zevende kind van Bert en Antje, over wie ik (klik) ook al eens heb geschreven. Saam was landarbeider, hij werkte ongeveer vanaf zijn veertiende bij een groot tuindersbedrijf. In zijn vrije tijd teelde hij voor zichzelf tulpen op een klein stukje land. Vlak voordat de Eerste Wereldoorlog uitbrak, moest hij in dienst. Hij was toen al een paar jaar getrouwd; zijn oudste zoon Bert was in 1913 geboren.
Op de foto draagt Saam het ceremonieel tenue van de Groene Jagers. Daarbij hoorde nog een ouderwets model sjako, met pompoen, kwasten, ketting enzovoort. Het is voorzover ik weet de enige foto uit de jonge jaren van mijn opa die er bestaat.
In totaal is hij vier jaar in militaire dienst geweest. Daarbij had hij geen gelegenheid om iets aan zijn tulpenlandje te doen. Na de oorlog kon hij terugkomen bij zijn werkgever. Soms stond hij al om drie uur op, om op het bedrijf de paarden te verzorgen en de wagens te laden met handel voor o.a. de Haagse markt. Daarmee verdiende hij een rijksdaalder per week extra. Bij de firma waar hij werkte, werd het zgn. ‘tulpen broeien’ of ‘forceren’ experimenteel en met steeds meer succes toegepast. Saam hield in een schoolschrift de gegevens bij, soorten, data van het begin van de forceerperiode en de resultaten. Die resultaten en notities over het forceren van bolgewassen zijn uitgeleend aan een Westlandse of mogelijk een Engelse kweker die op bezoek kwam bij de firma, en nooit teruggegeven. Saam heeft het altijd heel jammer gevonden dat dat schrift verloren is gegaan.
Zijn werkgever was niet de slechtste. Saam kreeg ischias en maagklachten en de dokter schreef rust voor. Gelukkig kreeg hij zijn weekloon wel een half jaar lang doorbetaald. In de jaren dertig ging de tuinderij failliet en raakte Saam zonder werk. Hij had meer dan vijfentwintig jaar bij de firma gewerkt en zou als jubileumgeschenk een herenkostuum krijgen. Door het faillissement ging dat helaas niet door.
In 1939 overleed Saams vrouw Mijntje. Ze hadden samen negen kinderen gekregen.
In de meidagen 1940 waren twee van Saams zoons (onder wie mijn vader) en een schoonzoon gemobiliseerd. In 1940 kreeg Saam weer werk, opnieuw bij een tuinderij. De landarbeiders werkten achter een vliegveld waar Duitsers zaten. De kwekerij lag achter de keuken en soms kregen ze eten dat de Duitsers over hielden en dat ze met gemengde gevoelens opaten, hongerig als ze waren.
In 1944 is Saam hertrouwd. Met zijn tweede vrouw heeft hij nog een fijne oude dag gehad. In 1951 kreeg hij ‘van Drees’ (de noodwet van Drees) – daar was hij heel blij mee.
saam2Uit liefhebberij bleef hij nog tuinplanten telen in geïmproviseerde kasjes en bakjes. Daarmee verdiende hij nog wat bij. Hij is in 1960 overleden.
Saam hield van orgelspelen en zingen. Hij had een kaartenbak, waarin hij min of meer alfabetisch de liederen, waarvan hij overigens zowel de tekst als de melodie uit het hoofd kende, op stukjes karton bewaarde.

—Veel dank aan mijn tante Maartje (inmiddels overleden) en aan mijn oom Henk, uit wier opgetekende herinneringen ik heb geput om dit stukje te schrijven.—
Zelf heb ik ook nog een paar herinneringen aan opa Saam. Ik mocht altijd bij hem op schoot aan het orgel zitten en dan zongen en speelden we samen. Ook heb ik nog veel rijmpjes en liedjes onthouden die hij zong.

Vervolg Herinneringen aan Saam

3 oktober 1937

ma1Op deze foto staat mijn moeder arm in arm met twee dorpsjongens, het zal hoogstwaarschijnlijk tijdens de jaarlijkse paardenmarkt in hun dorp zijn geweest, want dan werd er een hoop plezier gemaakt op straat, én er was altijd een straatfotograaf. Het is een van de weinige foto’s  uit de meisjesjaren van mijn moeder die ik bezit, er bestaan maar weinig foto’s uit haar jeugd.
Ze ziet er vrolijk uit. Ik denk dat ze in net zo’n vrolijke stemming was toen ze in 1936 of 1937, ze was een jaar of zestien, met haar beste vriendin naar de 3 oktober-optocht in Leiden ging kijken. En na afloop van de optocht hadden ze zo’n zin om naar de kermis te gaan! Maar… dat was streng verboden.
Toch gingen ze erheen. Toen ik dit verhaal voor het eerst van haar hoorde, vond ik het helemaal geweldig dat mijn brave moedertje vroeger ook weleens dingen deed die niet mochten!
Ze gingen naar de kermis, en bij de eerste de beste kraam kochten ze voor 25 cent een lootje. En raad eens wat er gebeurde: ze wonnen samen een fiets! Toen hadden ze natuurlijk een probleem. Er zat weinig anders op dan thuis op te biechten wat ze hadden gedaan. Tot hun opluchting kregen ze geen straf. De vriendin mocht de fiets houden. Mijn moeder kreeg van de ouders van haar vriendin 10 gulden. Daar kocht ze een lap geruite wollen stof voor waar ze een wintermantel van naaide.

Nanook

Die oude documentaire in zwart-wit die we ooit zagen, over de Eskimo Nanook en zijn gezin; we hadden het er pas nog over. En kijk, fragmenten uit Nanook of the North uit 1921 staan op You Tube. Hier het overrompelende begin:

Vervolg Nanook

Kas

kleinekas

Ik weet niet precies wanneer deze foto is genomen, waarschijnlijk eind jaren veertig van de vorige eeuw. Het zal rond januari zijn geweest, de tijd dat de tulpen vervroegd in bloei werden getrokken in de warme kas. De achterste van de drie mannen is mijn vader. Wat me opvalt is dat hij een stropdas draagt. Wie de anderen zijn weet ik niet. Zo’n vest als ze alledrie aan hebben, zie je tegenwoordig vrijwel alleen nog bij heren in driedelig pak. Jammer! Mannen zouden dat vaker als alledaags kledingstuk moeten dragen. Ik vind het mooi staan.

Vervolg Kas

Archief

Subscribe to posts

  by     or  

Net uitgelezen:





‘n Paar tientjes over?