50 boeken gered - wil je er een?

Een paar weken geleden kreeg ik een brief van Uitgeverij De Bezige Bij: de door mij vertaalde roman Het ultieme recept van Torgny Lindgren, verschenen in 2005, werd nauwelijks meer verkocht. Daarom had de uitgeverij besloten de oplage voor het grootste deel te vernietigen. U leest het goed: vernietigen.
Waarschijnlijk hadden ramsjboekhandels er geen belangstelling voor of wilden die geld toe hebben, en vond de uitgeverij het onnodig om voor de opslag van de boeken te blijven betalen of om er wat marketing aan te besteden.
Hetzelfde is al eens eerder gebeurd met een vertaling van mij (Het ware leven, door Göran Tunström), bij dezelfde uitgeverij, dus ik was niet compleet overrompeld door de mededeling. Toch komt zoiets hard aan.
Het rare is dat zowel Lindgren als Tunström schrijvers uit de top van de Zweedse literatuur zijn en ik bezweer u dat ook de vertalingen goed zijn. Maar ja, het gaat hier niet om spannende Scandinavische misdaadromans – die gaan immers als warme broodjes over de toonbank. Torgny Lindgren is echter wel mijn favoriete moderne Zweedse schrijver. Ik vind zijn boeken geweldig.

Hoe dan ook, de uitgeverij bood aan me 50 exemplaren van Het ultieme recept gratis toe te zenden. Die zijn dus van de vernietiging gered! Ik heb er al een aantal uitgedeeld, maar heb er nog aardig wat over. Wie er één wil hebben, kan een reactie onder dit bericht zetten. Ikzelf vind de boeken van Torgny Lindgren zo goed, dat ik de portokosten er graag voor over heb om Het ultieme recept naar liefhebbers op te sturen. Maar om het niet te gek te maken zal ik niet meer dan 10 boeken in totaal per post versturen, dus bij grote belangstelling :-) wordt het een loterij.
Eventueel (maar dan moet ik je wel een beetje kennen, in real life of via het internet) mag je het boek ook bij mij thuis afhalen.
Wordt binnenkort vervolgd.

Klik hier voor een recensie van Het ultieme recept.

Klik hier voor informatie over schrijver Torgny Lindgren.

Eerdere Kophiepsberichten waarin Torgny Lindgren ter sprake is gekomen staan hier.

***Reageer vóór woensdag 21 juli, 10 uur vm. Daarna bekijk ik of er geloot moet worden.***

The Bridges of Madison County: Boek niet beter dan film

the_bridges_of_madison_countyDe film heb ik twee keer gezien. Het gegeven is de plotse, hevige liefde die opvlamt tussen een eenzame boerin in Iowa en een passerende fotograaf die aan een opdracht voor de National Geographic werkt (een artikel over de bruggen van Madison County). Na enkele dagen vertrekt de fotograaf, de vrouw blijft achter, zij wil man en kinderen niet in de steek laten. Hij zal zijn leven lang alleen blijven, beiden zullen hun kortstondige romance hun leven lang blijven koesteren.
Alletwee de keren heb ik genoten van de mooie opnamen en het goede toneelspel van Meryl Streep en Clint Eastwood. Maar ook was ik beide keren achteraf een beetje teleurgesteld – het verhaal was welbeschouwd tamelijk sentimenteel. Hoe kon een liefde tussen twee mensen die alles bij elkaar slechts krap vier dagen met elkaar hadden doorgebracht, zóveel impact hebben op de betrokkenen en bovendien jaren later, na hun dood, zóveel ontroering teweegbrengen als in deze film werd gesuggereerd? Mja. Misschien ben ik gewoon niet romantisch genoeg.

De film is gemaakt naar een roman van Robert James Waller. bridgesofmadisonDat boek heb ik nu eindelijk gelezen, in de hoop dat het een diepere indruk op me zou maken dan de film. Helaas is dat niet gebeurd. Integendeel. In de film hebben we tenminste nog goede acteurs die de sentimentaliteit op afstand kunnen houden zolang de film duurt. Het boek is eigenlijk een en al sentiment, vakkundig geschreven, zodat de juiste klieren worden aangesproken. Fotograaf Robert is artistiek, mannelijk en teder; stoer en toch gevoelig; een mysterieuze, dichterlijke Einzelgänger die soms last heeft van eenzaamheid maar zich desondanks dapper door het leven slaat. Knappe boerin Francesca is van huis uit Italiaanse (Italiaansen zijn zoals bekend altijd elegant en extra goed in staat om hartstocht op te roepen). Francesca plukt verse groenten en kruiden uit haar moestuin, Robert snijdt ze aan haar keukentafel fijn. Hij is een fijngevoelige vegetariër, het tegenovergestelde van Francesca’s man, die leeft van vlees en die een paar dagen van huis is om een tentoonstelling van prijsstieren bij te wonen.
Waller meet de fysieke aantrekkingskracht die er tussen Francesca en Robert ontstaat breed uit. Ze eten, ze drinken, ze roken, ze praten. Ze kijken naar elkaar, ze krijgen zin in elkaar. Romantische muziek erbij; ze dansen, ze vrijen. Allemaal goed en wel; lezen hoeft voor mij heus niet altijd een groots literair avontuur te zijn. Ik was een paar dagen van huis en het was aardige reislectuur, lekker dun boekje, las makkelijk weg.

Zijn het misschien de onnodige aanvullingen op het gegeven die het boek echt onverteerbaar voor me maken? Na het afscheid bewaart Francesca haar herinneringen aan Robert tientallen jaren in een geheim kistje, samen met een brief aan haar kinderen, voor later. Robert vertelt kort voor zijn al te vroege dood het droeve verhaal van zijn grote liefde aan een bevriende zwarte jazzmusicus, die er een song over componeert. Het boek The Bridges of Madison County is zogenaamd geschreven op grond van de informatie uit het kistje en eindigt met een interview met de jazzmusicus, die, hoe kan het anders, jazznegertaal spreekt.
Achter op het boek staat: “Read and weep.” Mja. Misschien ben ik toch gewoon niet romantisch genoeg.

De roman verscheen oorspronkelijk in 1992. Er staat in hoe Francesca een stoofpotje bereidt van de groenten die Robert heeft gesneden:

“Vegetable oil, one and one-half cups of vegetables. Cook until light brown. Add flour and mix well. Add water, a pint of it. Add remaining vegetables and seasonings. Cook slowly, about forty minutes.”

Veertig minuten sudderen – en dat voor fijngesneden groenten!

Vervolg The Bridges of Madison County: Boek niet beter dan film

In het werkkamp

— Op de britsen van de leiders van de barak – Barchatov, Perekrest, de opzichter van de mijnploeg en Zarokov, de barakoudste – werd een feestje gehouden. Hun loopjongen, de planeconoom Zjeljabov, Perekrests lakei, had een handdoek uitgespreid over een nachtkastje en reuzel, haring en kruidkoek uitgestald, afgedwongen giften van Perekrests ploegarbeiders.
Abartsjoek liep langs en voelde hoe zijn hart bonsde: zouden ze hem niet roepen en erbij vragen? Hij had heel erg zin in iets lekkers. Barchatov was een smeerlap. Hij deed alles wat hij wilde in het magazijn, Abartsjoek wist dat hij spijkers pikte, dat hij drie vijlen had gestolen en hij had geen woord gezegd tegen de bewaker. Dan kon hij toch ten minste roepen: ‘Hé, baas, kom erbij zitten.’ Abartsjoek voelde, hoewel hij zichzelf erom verachtte, dat het niet alleen een verlangen naar iets te eten was dat hem opwond. Er was nog iets anders: het kleinzielige en lage verlangen van de kampgevangene om even bij de machtigen aan te schuiven, te keuvelen met Perekrest, voor wie het hele kamp sidderde. Hij was een klootzak. En Barchatov was ook een klootzak. —

Dit is een fragment uit: Vasili Grossman: Leven & lot. Vertaald uit het Russisch door Froukje Slofstra. Uitg. Balans, 2008. 950 blz. Mijn bespreking van het boek staat hier.

Literaire kost: Begeerte heeft ons aangeraakt

bnatter

Op het grote, glanzende bord lag in het midden een biefstuk in een plasje rode-wijnsaus, en gestaag verzamelde Dembeck daaromheen van alles wat er op tafel stond een beetje, onderwijl smakelijk over zichzelf vertellend. Een bundeltje sperziebonen, wat blaadjes sla en stukjes tomaat, geroosterde pijnboompitten uit een klein kommetje. Met zijn hand als zo’n grijper waarmee je op de kermis een horloge kunt pakken, tilde Dembeck een lading frietjes op zijn bord. Hij drapeerde ze in een halve cirkel rond het vlees. Zijn hele bord, dat net nog modieus leeg was geweest, lag bijna vol. Dembeck pakte een lepeltje en schepte daarmee geduldig mayonaise op de enige lege plek op zijn bord.
[---]
Ik legde mijn bestek op mijn lege bord en keek naar het verpieterde palet van Dembeck. Ik had nog niets gezegd en hij had nog niets gegeten. Hij staarde mistroostig naar zijn bord en mompelde dat hij geen trek had, waarna hij zijn bestek over zijn volle bord legde en het liet ophalen.
Ik hoopte dat we na het afrekenen terug naar Bethlehem zouden gaan, maar daar dacht Dembeck anders over: hij bestelde crème brûlée voor ons allebei. Met een fles dessertwijn erbij. De ober schonk zonder dralen in. Dembeck nam meteen een slok. Het dessert werd gebracht in diepe borden. Dembeck stak zijn lepel door de gebrande bruine suiker, maakte meteen een wak en begon krakkrak te eten. Daarna lepelde hij de lauwe vla naar binnen.
Hij vroeg of ik niet wilde en hij wees met de achterkant van zijn lepel naar mijn bord.
Ik schudde van nee.
Als een croupier schoof hij onze borden heen en weer over de tafel.

Uit blz. 73-73 van: Begeerte heeft ons aangeraakt. Roman door Bert Natter. Thomas Rap, Amsterdam, 2008.

Gelezen in oktober 2008 voor de leesclub. We hebben het allemaal geboeid gelezen. Het onderwerp van het boek is dan ook pakkend: een conservator van oude muziekinstrumenten, zojuist werkloos geraakt, krijgt de kans een uniek oud clavecimbel te kopen bij een boedelafwikkeling. Het instrument staat in een groot oud klooster in het noorden van Nederland, dat tot woonhuis is omgebouwd. De conservator raakt na bezichtiging van het instrument diep betrokken bij de sores van de familie van de overledene. Hij ontwikkelt een verwarrend sterke, erotische band met de jongste dochter van de familie, een talentvol claveciniste die echter heftige psychiatrische problemen heeft. En dat terwijl hij al problemen genoeg heeft om de vuurwerkramp in Enschede te verwerken, die hij persoonlijk heeft meegemaakt en waarbij hij zijn beste vriend heeft verloren.

Natter schrijft goed en hij maakt een prettig ruim gebruik van humor en ironie. We hadden soms enige moeite om diverse vrouwelijke personages in het boek uit elkaar te houden, en ook vonden we dat Natter ten slotte een paar draadjes wat beter aan elkaar had kunnen knopen. Het is alsof hij zich tegen het einde van het boek al schrijvend iets te ver verliest in het familiegebeuren.

Ikzelf vond het gegeven van het clavecimbel en ook de beschrijving van de vuurwerkramp heel sterk. Hoe de hoofdpersoon zijn door de ramp omgekomen vriend aantreft, en de karakterisering van het intelligente maar suïcidale meisje met haar zwarte humor – deze zaken heeft Natter indrukwekkend opgeschreven.

Vervolg Literaire kost: Begeerte heeft ons aangeraakt

Eten in Het laatste huis van de wereld

bvuyklaatstehuis“Ook op hun feesten worden we gevraagd. Het eerst maakten we de bruiloft mee van het dochtertje van Liem See Kie. Ze zat voor een hoog opgemaakt bruidsbed in een jurk van groene Chinese zijde, met neergeslagen ogen en een wit gepoederd gezichtje, waarom heen vreemd de witte tulle van haar sluier viel. We aten in de voorgalerij aan een lange tafel met de gezaghebber, de luitenant en de voornaamste Chinezen, die geen van allen nog zo heel lang geleden de grond van China verlaten hadden. Als ze al te erg slurpten, tikte de gastheer hen even vaderlijk op de rug. Er waren allerlei verrukkelijke soepen, haaienvinnen en eetbare vogelnestjes, die naar bedorven gelatine-pudding smaakten, gebraden visseningewanden en tien jaar oude eieren, lichtbruin, een beetje sterk van smaak en met een donkere kern als niertjes. Tussen de gerechten door kauwden we meloenpitten en dronken bier. Een grote mier, in mijn glas verdronken, viste onze gastheer eruit met de deftige lange nagel van zijn linkerhand.”

“Na de zware, warme tocht van de morgen liggen wij een uur lang in een aangename groene schemering in het snelle water af te koelen. En daarna komt de middagslaap. Misschien krijgen wij pisang-goreng bij de thee en anders is er een overvloed van sweet potatoes, die heel fijn in schijfjes gesneden, knappend gebakken, met suiker gegeten worden.”

“Achmad laat zijn saté in de steek om ons te begroeten, we bewonderen zijn inrichting, bekijken de keuken waar in grote geleende pannen het lekkers te koken staat. We snoepen van de kroepoek en de katjang goreng en Achmad verschikt de zitjes tot een grote kring en neemt de bestellingen op. Koud bier en limonade worden uit de cantine gehaald en het eerste gerecht wordt opgediend, soto, een Javaanse kippensoep. Daarna eten wij saté kambing, geitenvlees aan stokjes geregen en geroosterd, met een hete saus van Spaanse peper, soja en citroen en met lontong, in pisangbladeren gekookte rijst.”

Beb Vuyk

Beb Vuyk

Uit Beb Vuyk: Het laatste huis van de wereld. 1e druk 1939.
Een korte roman, prachtig geschreven, goed verhaal. Gaat dit boek over eten? Nee. Het gaat over een Europees echtpaar dat zich vestigt op een eilandje in de Molukken. Door de wereldcrisis verdreven uit de ‘westerse’ wereld van Java, vestigen zij zich op een verlaten plantage om te proberen deze tot bloei te brengen. Een onderneming die tot mislukken gedoemd blijkt. Het boek is destijds bekroond met de Van der Hoogt-prijs. Beb Vuyk (1905-1991) is overigens ook bekend geworden om haar Groot Indonesisch kookboek.
Een uitgebreid interview met Beb Vuyk uit 1985 is hier (klik) te lezen.

Vervolg Eten in Het laatste huis van de wereld

Literaire kost: Sana Valiulina

literairekost1Gelaten wachtte ze tot alle borden waren gevuld. Didar was dol op läksja-soep, ook omdat ze die zelf niet kon maken. Dunne, bijna doorzichtige noedels gleden over de hoge rand van een opscheplepel in de tintelende bouillon en bleven drijven tussen de gele eilandjes van opgeklopte eieren. Adlifa deed de deksel op de pan en ging zitten. Zwijgend werd de soep genuttigd, slechts het gekletter van de lepels was te horen en af en toe haalde iemand zijn neus op. Totdat iemand op de gang met de deur smeet. Adlifa verstarde en bleef met de druipende lepel voor haar mond zitten. (blz. 55-56)

[Faroek, een jongen die niet kan spreken, proeft een mandarijn]
Met zijn ogen dicht zoog Faroek de mandarijn langzaam naar binnen – hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om zijn tanden erin te zetten – en drukte zijn verrukte tong tegen zijn gehemelte. Zelfs kümätsj, de zoete Tataarse pastei die zijn moeder maakte als ze een fijner, witter bloem kon bemachtigen, verflauwde bij de gloed en de geur van de nieuwe vrucht. Natuurlijk was Faroek dol op kümätsj – het smeuïge, honingzoete deeg dat in zijn lichaam belandde, bedwelmde zijn door al die onuitgesproken woorden verwarde ziel, alsof deze in een fluweelzachte, donzige stof werd verpakt. Maar wat hij nu proefde danste op zijn tong, kittelde zijn keel en bracht zijn hart in een tot dusver onbekende toestand van lichtheid die het zware gewicht van alle letters en lettergrepen voor even deed vervliegen. (blz. 92-93)


De slagroom, die even luchtig was als het champagneschuim, bestreek Didars mondholte met ongekende zaligheid, die nog eens verfrist werd door malse pruimen. (blz. 167)

‘Kinderen…’ sprak Zeinep toen de tweeling weg was. ‘Jammer voor mijn moeder, maar daar is geen plaats voor in mijn leven.’ Ze pikte met haar vork nog een plakje pikkpois op. Na een paar glaasjes Kagor was ze duidelijk in haar element. ‘Zevenendertig ben ik nu, te oud voor kinderen, maar niet te oud voor je weet wel… Ik zeg het jullie, meisjes, het leven begint pas na je vijfendertigste.’ (blz. 177)

Uit Didar en Faroek, een roman door Sana Valiulina. Verschenen in 2006 bij Meulenhoff. 429 blz.

Ik kan nog wel even doorgaan met het citeren van literaire kost uit dit boek. Is het soms een verhaal over eten? Nee. Het gaat over twee jonge mensen die opgroeien tijdens de terreur van Stalin en Hitler. En het is geschreven in prachtig Nederlands; klankvol, kleurrijk en gedetailleerd.

Vervolg Literaire kost: Sana Valiulina

Archief

Subscribe to posts

  by     or  

Net uitgelezen:





‘n Paar tientjes over?