Het kan geweldig opmonterend zijn om de mensen en hun gedoe eventjes van bovenaf te bekijken, zoals de maker van dit filmpje doet. En Berlijn, dat is gewoon een geweldige stad. Ehh… een geweldig stadje. (Via Ptak)
Er verschijnen steeds meer stokrozen in de stad. Vrolijke, ‘n tikje slordige bloemen, die overal een plaatsje vinden waar een beetje beschutting en zon is. Een wandelingetje van tien minuten door de buurt waar ik woon leverde genoeg plaatjes op voor een slideshow. Éen van de foto’s is in mijn eigen tuin genomen – een plantje dat ik vorig jaar aan de deur kocht van een kleine jongen uit de buurt die een heleboel zaailingen in potjes had gezet, is nu een lange bloemstengel geworden met zachtroze bloemen. Ik hoop dat-ie zich uitzaait en dat er volgend jaar veel meer staan.
Er was een tijdje weinig nieuws op dit blog, want… meneer en mevrouw Kophieps waren even op vakantie. In de bergen van Andalusië. En dat was verrukkelijk. Hieronder vier foto’s om een indruk van de omgeving te geven. Later deze week nog een paar foto’s uit het Alhambra. We genieten nog na.
Ik had vandaag iets te doen in mijn geboortedorp, niet ver van de Noordzee. Toen ik klaar was, ben ik naar Katwijk gereden om een strandwandeling te maken. Daar vond ik op het strand een naar lucht happende vis. Gelukkig kwam de branding de vis te hulp en hij werkte zich flapperend met staart en vinnen terug de zee in.
Mijn oude hondje was met me meegekomen. De lawaaiige zee en de wijde lucht maakten haar vrolijk en mij ook.
Deze week kwam ik in Margaret Drabble’s Realms of gold een prachtige alinea tegen. In een buitenwijk stapt een jonge, nogal ongelukkige vrouw haar achtertuin in om theebladeren weg te gooien en plotseling…
“As she straightened herself up, she caught sight of the huge sky, which was an amazing colour, dark blue, with a foreground of dark pink and purple clouds, light but regular clouds, a whole heaven of them, spread like flowing hair or weed over the growing darkness. It arrested her. She stood there, and stared upwards. It was beautiful, beyond anything. The two colours were charged and heavy, and against them stood the black boughs of the tree at the end of the small garden, where black leaves, left desolate, struggled to fall in their death throes. The day before she had watched from the bedroom window a single leaf on that tree, twisting and turning and tugging at its stalk, in a frenzy of death, rattling dry with death, pulling for its final release. So must the soul leave the body, when its time comes. The amazing splendour of the shapes and colours held her there, the tea pot in her hand. I will lift up mine eyes, she thought to herself. I should lift them up more often.”
Ja, soms maakt het kijken naar de lucht je vreemd gelukkig. Hierbij een foto die ik een paar weken geleden in mijn woonplaats maakte, van een herfsthemel die een sterke indruk op me maakte.
Gisteren een dagje bos gehad, een jaarlijks terugkerend herfstuitstapje. Vriendin E. draagt die dag altijd haar speciale “bostrui”, een entre-lac breisel in heerlijke herfstkleuren en een feest om naar te kijken. Ik mocht een foto van haar mouw maken:
Bostrui
Een Engelstalige beschrijving van entre-lac breien staat hier. Men zegt dat het niet zo moeilijk is, maar ik vind het er behoorlijk ingewikkeld uitzien. Een plaatje van het vossebessenbos:
“Als je in de Burren bent, word je eraan herinnerd dat materie tegelijk onverwoestbaar is én volledig kan veranderen; dat ze radicaal van toestand kan wisselen, van plantaardig in mineraal en van vloeibaar in vast. Het is lastig maar zinvol om te proberen deze tegenstrijdige ideeën – bestendigheid en veranderlijkheid – op hetzelfde moment in je geest te omarmen, want je voelt je er zowel waardevol als nutteloos door. Je wordt je ervan bewust dat je uit niets anders bestaat dan onophoudelijk inwisselbare materie, maar ook dat je altijd in een of andere vorm zult blijven voortbestaan. Dat besef verschaft ons een soort troosteloze onsterfelijkheid: het inzicht dat ons lichaam deel uitmaakt van een voortdurende cyclus van uiteenvallen en weer samengesteld worden.”
Uit: Robert Macfarlane, De laatste wildernis [The wild places]. 2008. Vert. Nico Groen.
Het citaat komt uit het hoofdstuk “Graf”, dat over de Burren gaat – een onherbergzaam kalksteengebied in West-Ierland dat al meer dan vijfduizend jaar lang in cultuur is.
...for the growing good of the world is partly dependent on unhistoric acts; and that things are not so ill with you and me as they might have been, is half owing to the number who lived faithfully a hidden life, and rest in unvisited tombs. (George Eliot)
Recente reacties