Quilts: 1700-2010

Het Victoria & Albert Museum in Londen is bezig een grote quilt-tentoonstelling voor te bereiden, Quilts: 1700-2010, te zien van 20 maart tot 4 juli 2010.

Hiernaast zie je een detail van een doorgestikte deken met applicaties, gemaakt door Anne West in 1820. De deken is een van de vele schatten die op de tentoonstelling te zien zullen zijn.

Vorig jaar al is het V & A Museum een weblog begonnen naar aanleiding van de tentoonstelling. Die geeft achtergrondinformatie bij quilts die tentoongesteld zullen worden en bij het plannen en inrichten van de expositie. Het blog bevat ook leuke persoonlijke notities van de tentoonstellingmakers.

In de museumwinkel zijn binnenkort katoenen stoffen te koop (ook online) die bedrukt zijn met historische dessins. De 18 ontwerpen zijn geproduceerd in samenwerking met Liberty Art Fabrics. Om de dessins te zien kun je hier klikken.

Letterlapjes (vervolg)

- for English translation: scroll down –

Mijn nichtje P., twee dagen ouder dan ik, is in Canada geboren en getogen. Haar moeder Marie was een oudere zus van mijn moeder. Marie emigreerde in 1946 naar Canada en trouwde daar. P. en ik hebben in onze tienerjaren met elkaar gecorrespondeerd en we hebben elkaar driemaal in levenden lijve ontmoet, de laatste keer alweer meer dan vijftien jaar geleden. P. woont nu al jaren in de VS.
Via internet hebben P. en ik weer contact gekregen. We “spreken” elkaar op Facebook en we mailen. Naar aanleiding van mijn logjes over de schoollapjes van mijn moeder (hier en hier) stuurde P. me een paar foto’s. Haar moeder, mijn tante, was in haar vrije tijd altijd aan het handwerken, schreef ze. Haar handen rustten nooit. P. heeft veel van haar moeders handwerken bewaard, waaronder ook de onderstaande letterlapjes, het linker uit 1925 en het rechter van enkele jaren daarvoor:

photohandw1photo2

Zijn ze niet mooi? Ik vind het een roerende gedachte dat P. en ik allebei aan onze kant van de oceaan deze jeugdwerkjes van onze moeders bewaren en ingelijst aan de wand hebben hangen. Heel waarschijnlijk hadden de zusjes, onze moeders, dezelfde handwerkonderwijzeres.

photo5Hierbij nog twee foto’s die P. me stuurde, van borduursels die mijn tante later in Canada heeft gemaakt.

photo4

My cousin P., two days older than I am, was born and raised in Canada. Her mother Marie was an elder sister of my mother’s. In 1946 Marie emigrated to Canada.

In our teenage years P. and I were penfriends. Three times we have met in person, the last time more than fifteen years ago. P. lives in the U.S. since many years.
Via internet P. and I recently reconnected. We “talk” to each other on Facebook and we change e-mails. Occasionally she visits my blog, and in reply to the posts on the school samplers of my mother’s (here and here) she sent me a few photos. Her mother, my aunt, used to be a fervent needleworker, she wrote. Her hands were always busy. P. saved a lot of her mother’s crafted pieces, including two samplers that her mother made as a child (see pics). The one on the left is from 1925, the other one from some years earlier.
Aren’t they beautiful? It’s a moving thought, I think, that both P. and I, on either side of the ocean, are cherishing these samplers that our mothers made when they were young girls – presumably they had the same teacher.

P. also sent me photos of two other lovely embroideries that my aunt made later, in Canada.


Letterlapjes

letterlapjes

Bovenstaande merklappen heeft mijn moeder gemaakt, de linker toen ze tien was, de andere een of twee jaar later. Ik heb ze onlangs gekregen van m’n oudste broer, die nog wat dozen met spullen uit de inboedel van mijn ouders in bewaring heeft. Op allebei de lapjes staat een reeks letters in een ongewone volgorde:
I H N M J L T F E P B R K D A V W X Y Z U C G O Q S
Over die volgorde heb ik een tijdje moeten peinzen. Maar ik denk dat ik het weet: eerst de gemakkelijkste letters, die allemaal op het patroontje van de I zijn gebaseerd. Daarna de letters met als basiskenmerk een schuine streep. En tot slot de letters met een ronding als uitgangspunt.
Wat zeggen de deskundigen hiervan? Marcella, Marianne M., of anderen die dit logje misschien lezen? Jullie weten het vast. En anders staat het misschien in een van jullie boeken over merklappen.

Mijn moeder heette Adriana, maar werd als kind Jaantje genoemd. Vandaar de verschillende initiaal van de voornaam.
Ik ben blij met deze tastbare herinneringen aan haar. Zij vond de lapjes zelf blijkbaar ook zo leuk dat ze ze altijd heeft bewaard. Ze heeft mij ook op zo’n lapje leren borduren. Ik heb haar letterlapjes voorzichtig gewassen, maar ze zijn wat bruinig en vlekkerig gebleven. Dat geeft niet. En nu? Wat is de beste manier om ze te bewaren? Inlijsten en ophangen? Of tussen vloeipapier in een la?

Vervolg Letterlapjes

Kousen met klinken (2)

1720 gored clock stockings_jpgDeze afbeelding trof ik aan bij  Victorian Millinery, waar schitterende (replica’s van) historische kleding en accessoires te koop zijn.

In een vorige log schreef ik al eens over de IJslandse gebreide kousen met klinken die ik tegenkwam in de roman Het Psalmenoproer van Maarten ‘t Hart. Altijd leuk als zo’n in onbruik geraakt woord opeens weer opduikt, vind ik. Die klinken bleven me echter wel intrigeren. Ik heb wat verder onderzoek gedaan, waarbij ik de term kousen met klinken in verschillende oudere literaire teksten tegenkwam, o.m. bij Multatuli en bij Truitje Bosboom-Toussaint. Doorgaans werd deze term gebruikt voor zijden kousen met geborduurde versieringen bij en boven de spie. Bosboom-Toussaint beschrijft in een van haar Leicester-romans het uiterlijk van de jonge, bedroefde Prinses de Chimay, zoals zij in haar Utrechtse huis in een wanordelijk boudoir zit: ‘De voeten, door roode zijden kousen met klinken van gouddraad gedekt, staken in korte rondgevormde muiltjes van Hongaarsch goudleer.’

Blijkbaar is de betekenis van het woord klink geleidelijk aan uitgebreid van ‘spie’ naar ‘versiering rond en boven de spie’. Toen ik bovenstaand plaatje op internet vond, begreep ik dat de ouderwetse Nederlandse term kousen met klinken een tegenhanger heeft in het Engelse begrip ‘stockings with clocks’.

stockngelizabethKousen met klinken waren vroeger vaak geweven of gebreid van zijde, maar ze konden ook van bv. wol of linnen zijn. De kousen hier links, gebreid naar een 16e-eeuws model, hebben een eenvoudige versiering van effen ingebreide klinken. Ik vond ze in dit artikel van Donna Flood Kenton, met breibeschrijving en uitgebreide informatie.

Een website waar je schitterende antieke gebreide en geweven kousen met klinken vindt, met veel informatie, is kalenhughes.com.

Nog een boeiend Engelstalig artikel over dit soort kousen kun je hier lezen.  Ook vind je in dit laatste artikel patronen om klinken in gebreide kousen aan te brengen; een voorbeeld (uit het Neues Näh- und Strickbuch für das schöne Geschlecht):

tulip-clock_small

De term kousen met klinken kom je in hedendaagse Nederlandse teksten nauwelijks meer tegen, maar let op: kousen en sokken met clocks zijn een trend!

Wie zich in historische stijl wil kleden kan hier en hier gloednieuwe kousen met klinken kopen.
Gemoderniseerde breibeschrijvingen van klassieke sokken met in relief gebreide klinken vind je ook in de boeken Folk Socks en Knitting Vintage Socks van Nancy Bush.

Als je zoals ik van gekke woorden, van ouderwetse patronen en van breien houdt, raak je natuurlijk geïnspireerd door dit alles. Een paar sokken waar ik toevallig net aan bezig was, heeft alvast een klein experimenteel klinkje gekregen, met een ribbeltje aan weerszijden langs de spie en de voet. In een van m’n uit het Engels vertaalde breihandboeken uit begin jaren ’80, het onoverzichtelijke maar rijke Alles over breien, losbladig in vele ringbanden, vond ik onderstaande klokmotieven, die vooral in fijne handgebreide kousen werden ingebreid.

klinkmotieven
Maar wat denk je dat erbij vermeld wordt? Dat men vandaag de dag deze motieven niet meer gebruikt om kousen of sokken mee te versieren! Dat nu is onzin. Mijn volgende sokken staan al op de pennen en het worden natuurlijk sokken met  klinken. Met dank aan Het PsalmenoproerUpdate: de sokken zijn klaar !

Nieuw boek

nieuwboekFijn, ik had nog een boekenbon! Bijgaande foto’s zijn afkomstig uit Het Streekdrachtenboek, een nieuwe uitgave van Het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem en Waanders Uitgevers, Zwolle (€ 14,95). Een fijn kijkboek van ruim 400 blz. met foto’s – ook van details – op iedere pagina. Wat waren de streekdrachten toch kleurig! En verschillend! En onderhevig aan mode en veranderingen! En wat werd er veel gevouwen, geplooid, vermaakt en versteld! Ook meer recente ontwikkelingen krijgen aandacht in dit boek. En tot mijn vreugde staan er ook wat breiwerken in afgebeeld: visserstruien, polsmofjes, mutsen. En kousen!

polsmofjeskralenPolsmofjes
Deze mofjes hebben ingebreide kraaltjes. Zo werden ze gedragen in bv. Huizen, Delden en Volendam.

..

itsemutsmarken19eeeuw

Itse muts uit Marken, 19e eeuw
De wintermutsen waren dubbel, het gestreepte deel wordt naar binnen geslagen. Het motief is geïnspireerd door het Shetlandse breiwerk. De Markense vissers noemden een van de eilanden (H)itland, vandaar de naam Itse muts.

kousenmarkenMaaierse kousen, Marken, ca. 1900
Dit werden maaierse kousen genoemd omdat ze niet op Marken zelf gebreid waren, maar daar werden verkocht door seizoenarbeiders uit Nijkerk die in de zomer op Marken het gras kwamen maaien. Ze werden gedragen op hoogtijdagen. Het donkere gedeelte is gebreid van samengetwijnde donkerblauwe en rode sajet.

Urkerkousen1900Urker kousen, ca 1900
En kijk, hier is weer een fraai voorbeeld van kousen uit Urk! De foto is uit ca. 1900.

Breirol

Bij de Nederlandse breitradities hoort natuurlijk ook de breilap, de breirol, de kattelap, de broddellap, de stekenrol (een geliefd kind heeft vele namen, zoals een Zweeds spreekwoord zegt). Over dit oefenstuk is al veel gepubliceerd, met mooie foto’s, onder meer in deze logs van Berthi, van Nuttig en Fraai, en van Kantsteek en Co. En dan is er natuurlijk de Sampler M, een knitalong waar honderden mensen over de hele wereld aan meebreien. Hieronder nog een paar mooie voorbeelden uit Nederlandse museumcollecties.

breilapMarialustbreilapfriesscheepvaartmuseumBreirolMarialust

De breilap werd meestal gebreid van witte katoen. Dat maakte het voor de breilerares (de breimatres) gemakkelijker om de hygiëne en netheid van de leerling te controleren…

Magische bol anno 1921

Zoo mijmerend staat het kleine meisje in de voorjaarszon (…) Hier heeft ze zich verborgen om…. neen, niet om te soezen over wat weten is en wat vergeten is, maar om met woesten vlijt te breien, dat haar kluw nu eens eindelijk wat kleiner wordt! Dat was daar een ruk aan den draad dat het kluw zeker op den grond zou zijn gesprongen, zat het ergens anders dan in haar opgebonden boezelaar geborgen…. Hoe jammer nu toch, dat gedroom, zeker vijf minuten van haar vrij half-uur voorbij. En o, die harde knol van een stijfgewonden kluw … neen, nu niet weer kijken en knijpen, vanzelf kleiner kan hij immers toch niet worden. Hè, wat voelen haar handen nu alweer gloeierig door die rasperige sajetten draad en als het wat langer duurt, dan kruipt er steêvast zoo’n vervelende pijn in haar schouders en nek. Zou ze nu toch niet nog eens even heel hard knijpen? Misschien voelt ze een randje….! Het breiwerk toegevouwen tusschen arm en lijf gekneld, de hand in het stijfgebonden schort, het kluw eruit – maar voorzichtig om wat daar zit in den anderen hoek! – nu knijpen, zoo hard ze kan erin knijpen. Niets nog…. niets te voelen van wat er diep binnen-in, omwikkeld zit als een pitje in een vrucht, een zilveren pitje -, een dubbeltje! Moeder wond het het er binnen-in en als de kluw is opgebreid, dan mag zij het hebben, heelemaal, met het heele dubbeltje mag ze doen wat ze wil – en ze weet al wàt! – en dan houdt ze met de kous, heeft moeder uitgerekend, meteen al bijna tot den mindervoet!

Ze kijkt naar de ruigen zwarten bal in haar hand: daar zit het blinkende pitje diep in, en ze wou wel haast, ze wist het maar niet…. want als ze het dan onverwacht zag te voorschijn komen, dat zou toch wat wezen…. Eerst zou er tusschen de draden een heel klein puntje blikken…. dan breien, breien om daarbij te komen – want, wat kan het toch wel zijn?! – en dan eindelijk…. nee maar, wat komt daar? Een dubbeltje! Een dubbeltje, voor mij moeder? Ja, voor haar! Dat zou de heerlijke verrassing zijn…. maar zou-ze wel ooit, als ze niet wist dat daar het dubbeltje stak, met de kous tot aan den mindervoet komen? En kan ze nu niet toch nog doen alsof ze het niet weet?

Fragment uit: Het huisje aan de sloot, door Carry van Bruggen (1e dr. 1921). Een prachtig autobiografisch boekje, dat hier, op de website van de DGBN (Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren) in zijn geheel te lezen is. Dit fragment komt uit het hoofdstuk ‘Bloemen maken’. Een hartroerend mooie beschrijving van een handwerkles op school vind je in het hoofdstuk ‘Het leege garenkaartje’.

magischebolDeze foto van een magische bol anno 2006 vond ik hier bij Whipup.
En in deze en deze logs las ik al eens leuke berichten over magische bollen in Nederland vroeger.

Urker sokken – vervolg

Kom net terug van de bibliotheek. En daar vond ik een patroon van Urker mannenkousen in een boek van Emmy van Vrijberghe de Coningh, getiteld Streekdrachtmotieven: ontwerpen en patronen om zelf te maken, een uitgave van Becht, Amsterdam, uit 1983, met – naar mijn smaak tenminste – lelijke illustraties. Het grappige is dat volgens dit boek een lang ‘graatjes’-patroon in de sokken wordt gemaakt door, als de kousen af zijn, op regelmatige afstanden één steek helemaal tot onderaan te laten vallen. Het ziet er een beetje uit als de laddertjes in de mooie Clapotis-sjaal die her en der gebreid wordt, maar dan met fijnere steekjes en dunnere wol.

mijnurkersokkenMijn eigen fantasie-Urker sokken (hiernaast is een stukje te zien) lijken best een beetje op de echte, vind ik. Ook al heb ik geen steken laten vallen. Dat wil zeggen, niet op regelmatige afstanden…;-)

Urker sokken

Urker sokken: een levende traditie.
Kijk maar eens hier!

Visgraat en slang

urksehandwerksterInsteken, omslaan, zó gaat het goed.
Insteken, omslaan, krek zo het moet.
Insteken, omslaan, met loflijk geduld,
Tot onze taak op de school was vervuld.
Mofjes en kapjes van Urker allooi,
Mutsjes en slabjes (wat stonden ze mooi).
Kousen, gewerkte, met visgraat en slang,
Droegen de mannen. Ze droegen ze lang!
Sieraad der Urkers! Verdwenen? Nog niet!
Schoon men ze zelden zó netjes meer ziet.

Op speurtocht naar Nederlandse breitradities stuitte ik op bovenstaande regels uit het gedicht “De Breister” door Mariap van Urk, dat te vinden is in het boek Urker ambachten en bedrijven uit 1955.
De mofjes en kapjes, mutsjes en slabjes laat ik even rusten, hoewel ze vast heel interessant zijn. Maar die kousen intrigeerden me! Met visgraat en slang! Sieraad der Urkers! Wat frivool!

De Urker breister op het fotootje boven is bezig aan een kous met ingebreide patroontjes en een lang kniestuk.

urker
De Urker mannen droegen broeken op hoog water, zodat hun kousen goed zichtbaar waren. Op foto’s zijn de patroontjes echter niet zo duidelijk te zien.Ik heb lang gezocht naar een goede afbeelding (liefst met breipatroon erbij natuurlijk) van Urker mannenkousen.

Foto’s links en boven ontleend aan C. Nieuwhoff, Onze klederdrachten

Ten slotte heb ik het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen gebeld, en een van de medewerkers daar was zo vriendelijk me bijgaande foto te mailen van een paar gebreide zwarte Urker mannenkousen uit de museumcollectie:

Kopie van pic05590urkersokkenIk heb de foto wat grijzer gemaakt en – verrassing! daardoor werd opeens een kabelpatroon zichtbaar. Volgens de beschrijving van het museum is het ajourbreiwerk van zwarte sajet, een goedkope wol die door marskramers werd verkocht. Sajet was warm en sterk.

De Urker kousen konden ook blauw zijn. Het was heel gewoon om over een paar gladde kousen een extra paar met kantmotief te dragen. De zondagse kousen hadden een meer opengewerkt motief, de kousen voor het werk waren dichter gebreid.

Ik ben van m’n leven nog nooit in (of op) Urk geweest. Maar misschien gaat het er dit jaar van komen. Wie weet kan ik daar ergens van iemand een patroon krijgen, te gebruiken voor kousen of beenwarmers. Tot zolang brei ik vanuit m’n fantasie. Mijn eerste paar  “Urker” sokken is in de maak. Met visgraat en slang!

Bronnen: Tj. de Haan, Onze volkskunst, 1979. H. van der Klift-Tellegen, Nederlandse visserstruien met breipatronen, 1983. C. Nieuwhoff, Onze klederdrachten, 1975. M. van Urk, Urker ambachten en bedrijven, 1955. De foto van de kousen is afkomstig van het Zuiderzeemuseum.

Update: Toen dit bericht op Bert Ajour stond, kreeg ik van deze blogster een leuke reactie: de Urker op de tweede foto in dit log was haar grootvader!

Archief

Subscribe to posts

  by     or  

Boeken — Bezig in:



Pas uitgelezen:





‘n Paar tientjes over?